Reinier Johannes Maria “Nico” Rijnders, geboren in Breda op 30 juli 1947, begon te voetballen in 1958 bij VV Baronie. Als jeugdspeler maakte hij in 1963 de overstap naar NAC Breda waar hij op 16 mei van dat jaar zijn debuut maakte. In een bekerwedstrijd tegen Enschedese Boys maakte hij in de laatste minuut de winnende 2-1. Na een jaar in de Eerste Divisie werd in 1966 promotie afgedwongen. Met NAC verloor Rijnders in 1967 de bekerfinale, maar omdat winnaar Ajax tevens landskampioen was plaatste de ploeg zich voor Europees voetbal. Met Rijnders in het veld speelde NAC tegen Floriana FC uit Malta en Cardiff City uit Wales. Voor NAC werd het echter een moeizaam seizoen waarin ternauwernood degradatie werd ontlopen. De middenvelder verkaste na het seizoen voor een transfersom van 150.000 gulden (€ 68.000) naar subtopper Go Ahead Eagles uit Deventer.
Bij deze club ontwikkelde hij zich verder. In oktober 1968 werd hij door bondscoach Georg Kessler voor het eerst bij de selectie van het Nederlands elftal gehaald. Op 16 april 1969 maakte hij zijn debuut voor Oranje, in een vriendschappelijk duel tegen het voormalige Tsjecho-Slowakije. Rijnders was in 1969 en 1970 een vaste waarde in het Nederlands elftal en speelde in totaal acht interlands. Ondertussen was Rijnders in 1969 voor 400.000 gulden (€ 181.500) van Go Ahead naar Ajax Amsterdam gegaan. In zijn eerste seizoen werd hij met Ajax landskampioen en bekerwinnaar. Het jaar daarop werd de Amsterdamse ploeg opnieuw bekerwinnaar en werd tevens de Europacup I binnengehaald. Op Wembley werd Panathinaikos Athene verslagen. In deze wedstrijd kreeg Rijnders echter last van benauwdheid in zijn borst en werd hij in de rust vervangen. Hij speelde in twee seizoenen 63 competitieduels voor Ajax, waarin hij vier keer scoorde. Opmerkelijk genoeg vertrok de hardwerkende en goed functionerende Rijnders in de zomer van 1971 naar Club Brugge, dat hem een beter contract aanbood dan Ajax hem wilde geven. Later werd er gesuggereerd dat het bestuur van Ajax weet had van zijn hartproblemen en daarom weinig moeite deed  om hem te behouden. Ook bij blauwzwart deed Rijnders het prima en had hij een vaste basisplaats. Club kwam uit in de UEFA-Cup en haalde in het seizoen 1971-’72 een tweede plaats in de competitie, achter Anderlecht.

Op 12 november 1972 zakte hij echter tijdens een thuiswedstrijd tegen Club Luik na tien minuten op het veld in elkaar. Rijnders was klinisch dood, maar werd in de catacomben gereanimeerd door de toenmalige clubarts Michel D’Hooghe. Hij verbleef weken in het ziekenhuis en werd afgekeurd voor prof-voetbal. Hij werd vervolgens assistent-trainer bij Club Brugge.
In 1974 werd Rijnders coach van Vierdeklasser Racing Harelbeke. Na nieuwe hartklachten op kerstavond 1974 werd hij echter afgekeurd voor alle activiteiten in de sport, inclusief het trainerschap. In juli 1975 werd er door Ajax en Club Brugge een benefietwedstrijd georganiseerd voor Rijnders. Brugge werd voor de gelegenheid versterkt met Johan Neeskens en Johan Cruijff speelde mee met Ajax. De wedstrijd eindigde op 3-0 voor Brugge.

Nico Rijnders opende een sportwinkel in Brugge maar de zaak ging al snel failliet. Door deze tegenvaller kreeg hij een drankprobleem waardoor zijn echtgenote hem verliet.

Op 3 maart 1976 werd hij tijdens het vieren van carnaval in zijn thuisland in Deventer onwel. Na enkele dagen in een ziekenhuis vertrok hij terug naar Brugge waar hij overleed op 16 maart 1976, in zijn woning boven zijn oude sportwinkel, aan een hartkwaal. Hij werd slechts 28 jaar.

Bron: Tafkas

Foto: Panini Football 1972-’73, Patrick Van Gysel