Grzegorz Bolesław Lato, geboren in het Poolse Malbork op 8 april 1950, debuteerde in 1962 als aanvaller in zijn thuisland bij Stal Mielec. Na bijna 300 wedstrijden, 112 doelpunten en twee landstitels (1973 en 1976) in 18 seizoenen, waar hij tevens tweemaal topscorer van zijn land werd (in 1973 en 1975) kwam de Pool in België terecht bij SC Lokeren in 1980. In een topteam met onder andere Preben Larsen, Arnor Gudjohnsen en Włodzimierz Lubański werd hij met Lokeren vice-kampioen in het seizoen 1980-’81. In de UEFA-Cup behaalde Lato met zijn ploeg de kwartfinale nadat men Dinamo Moskou, Dundee United en Real Sociedad had uitgeschakeld. Het was AZ’67 uit Alkmaar dat de Waaslanders afstopte. In de Beker van België verloor Lokeren de finale op de Heizel tegen Standard Luik (4-0). Het jaar nadien (1981-’82) werd in Eerste Klasse een vierde plaats bereikt. Europees kon Lokeren toen winnen van FC Nantes en Aris Saloniki, maar verloor in de 1/8 finale van FC Kaiserslautern. Na twee seizoenen Lokeren verliet de kleine Pool België en ging voor het geld naar Club de Futbol Atlante uit de Mexicaanse hoofdstad. Van 1984 tot 1991 voetbalde Lato nog in Canada bij Polonia Hamilton.

Grzegorz Lato speelde tussen 1971 en 1984 exact 100 wedstrijden voor de Poolse nationale ploeg waarin hij 45 goals maakte. Hij won met zijn land goud op de Olympische Spelen van 1972 in Munchen en werd twee keer derde op de WK’s van 1974 in West-Duitsland en 1982 in Spanje. Op het WK 1974 werd hij topscorer van het tornooi met zeven doelpunten. Tevens werd hij tweemaal Pools voetballer van het jaar (1977 en 1981).

Hij werd nadien trainer, en begon zijn loopbaan bij het Canadese North York Rockets Toronto om terug in zijn land coach te worden waar het allemaal begon: Stal Mielec. Nadien volgde nog de Poolse clubs Olimpia Poznan, Amika Wronki, terug Stal Mielec en tenslotte Widzew Lodz. Na zijn trainersloopbaan, in 2001, stapte Lato in de politiek en werd senator voor een linkse partij in Polen.

Bron: Dutch, LimoWreck, Joao Carlos, Byl, Moira Moira

Foto: Panini Football 81, Steven Cornelis