GOETHALS, Raymond

//GOETHALS, Raymond
GOETHALS, Raymond2018-01-23T18:00:36+00:00

Raymond Goethals werd in Vorst geboren op 7 oktober 1921, maar groeide op in Sint-Jans-Molenbeek. 

Als echte Brusselaar werkte Raymond zich op als doelman van bij de jeugd tot in het eerste elftal van Daring Brussel. In 1947 ruilde hij het bescheiden Daring voor eersteklasser Racing Brussel.  In 1948 ging Goethals als speler-trainer aan de slag bij RFC Hannutois, een club uit de provinciale reeksen tot 1952. Nadien keepte hij bij vierdeklasser ASSA Ronse. Na een jaar stapte hij over naar vierdeklasser Stade Waremme. Met die club werd hij meteen kampioen. Waremme promoveerde naar Derde Klasse en kon zich er goed handhaven, in 1959 werd het team van Goethals vierde in het eindklassement. In de begindagen van zijn loopbaan als voetbalcoach combineerde hij het voetbal met een baan als bode bij het ministerie. Goethals’ opvallend debuut als coach ontging ook Sint-Truidense VV niet. De Limburgers namen hem in 1959 over van Waremme. Onder Goethals’ leiding werd STVV voor veel clubs een te duchten tegenstander. Hij stond bekend als een verdedigende coach, maar wist desondanks veel teams te verrassen. Zo voerde hij als eerste coach de buitenspelval toe. In het seizoen 1965-’66 speelde Sint-Truiden op de vierde speeldag een historische wedstrijd tegen Anderlecht. De Kanaries wonnen met 2-0 en werden dat jaar vice-kampioen. Voor dit duel tegen Anderlecht kwamen zo’n 22.000 supporters opdagen.

In 1966 stapte Goethals definitief over naar de KBVB. Hij was toen al zes jaar actief bij de voetbalbond als beloftecoach en assistent van bondscoach Arthur Ceuleers. Hij werd onder selectieheer Constant Vanden Stock aangenomen als veldtrainer, twee jaar later werd hij volwaardig hoofdcoach. In 1970 loodste hij de nationale ploeg, die onder zijn hoede de Witte Duivels heette, naar het WK 1970 in Mexico. Twee jaar later kwalificeerde België zich voor het EK in eigen land. Het was de eerste keer dat België het EK haalde. In de kwalificatieronde schakelden de Belgen onder meer het Portugal van stervoetballer Eusébio uit. Om de boomlange en makkelijk scorende spits José Torres af te stoppen, riep Goethals toen André Stassart op, toen speler van Racing White, en stond niet bekend als een goede voetballer en was volgens de pers dan ook een verrassing in de selectie van Goethals. Maar Goethals wist dat hij een onverzettelijke verdediger was. Stassart hield Torres in Portugal 90 minuten uit de wedstrijd, waardoor België uiteindelijk groepswinnaar werd. In de kwartfinale namen de Duivels het op tegen Italië. In de heenwedstrijd koos hij voor een defensieve aanpak, het werd 0-0. In een potige terugwedstrijd won België met 2-1. Goethals zag sterkhouder Wilfried Van Moer wel uitvallen met een beenbreuk na een gemene overtreding van Mario Bertini. De nationale ploeg mocht samen met West-Duitsland, Hongarije en de Sovjet-Unie deelnemen aan het eindtoernooi. In de halve finale verloor België met 1-2 van latere winnaar West-Duitsland. In de troostfinale werd Hongarije met 1-2 verslagen.

België deed het in de kwalificatie voor het EK 1976 in Joegoslavië goed. De Duivels van Goethals werden groepswinnaar in de groep van Frankrijk, Oost-Duitsland en IJsland. Maar in de kwartfinale, die toen nog niet tot het eindtoernooi gerekend werd en nog uit een heen- en terugwedstrijd bestond, botste België op Oranje. België verloor de heenwedstrijd in de Feyenoordse Kuip met 5-0. Deze historische nederlaag zorgde ervoor dat Goethals zwaar onder vuur kwam te liggen. Zo had hij de niet fitte doelman Christian Piot verkozen boven opkomend talent Jean-Marie Pfaff. Voor de terugwedstrijd, die een maat voor niets was, riep hij als tegenreactie een zo goed als nieuwe selectie op. Hij selecteerde met Jan Verheyen zelfs iemand die op dat ogenblik in derde klasse speelde. Maar België verloor met 1-2.

Na de mislukte EK-kwalificatie verhuisde Goethals voor het eerst naar RSC Anderlecht. Voorzitter Constant Vanden Stock, die hij nog kende van bij de nationale ploeg, haalde de gewezen bondscoach terug naar Eerste Klasse. Hij kreeg een team onder zijn hoede dat net de Europacup II had veroverd. Met spelers als Robby Rensenbrink, Arie Haan, Gille Van Binst, Ludo Coeck, Franky Vercauteren en Hugo Broos beschikte Goethals over een zeer sterke selectie. Zijn eerste officiële wedstrijd was de heenwedstrijd van de UEFA Super Cup. Anderlecht verloor het duel met 2-1 van Bayern München, maar zette de nederlaag in de terugwedstrijd recht. Later dat seizoen greep Anderlecht telkens naast de hoofdprijs. De Brusselaars werden vice-kampioen, verloren de bekerfinale en de finale van de Europacup II. In de eerste Europese finale onder Goethals’ leiding nam Anderlecht het op tegen Hamburg SV. De Duitsers wonnen met 2-0 na twee late doelpunten. In het seizoen 1977-’78 kende Goethals meer succes. Anderlecht werd weliswaar opnieuw vice-kampioen, in Europa pakte paars-wit dat jaar wel een beker. In een derde opeenvolgende Europacup II-finale blikte Anderlecht het Oostenrijkse Austria Wenen in met 4-0. Wat later versloeg Anderlecht in de UEFA Super Cup het Engelse Liverpool FC. 

Goethals was een geliefde coach. De jonge Franky Vercauteren, die onder Goethals volledig doorbrak, kreeg bijvoorbeeld de bijnaam “zoon van Goethals”. Hoewel hij niet vaak van zijn basiselftal afweek, waren er weinig spelers die hem niet aanvaardden. Maar er waren ook uitzonderingen. Doelman Jan Ruiter verliet het Astridpark nadat hij in Voetbal International commentaar had gegeven op Goethals. Na het seizoen 1978-’79, waarin Anderlecht geen enkele prijs won, vertrok Goethals naar het buitenland.

Raymond verhuisde in de loop van het seizoen 1979-’80 naar Frankrijk. De ambitieuze voorzitter van Girondins de Bordeaux, Claude Bez, had wilde plannen met zijn club en nam met Luis Carniglia de gewezen succescoach van Real Madrid aan. De Argentijn belandde echter meteen in de degradatiezone, waarna de voorzitter Goethals als trainer aanstelde. Hij loodste het team van de gevarenzone naar de zesde plaats. Nadien nam Aimé Jacquet het roer over en vertrok Goethals naar het Braziliaanse Sào Paulo FC. Hij was er begin jaren 80 technisch directeur. 

Bij Standard Luik ging de Brusselse trainer op zoek naar zijn eerste landstitel. Hij nam Arie Haan over van Anderlecht en ging met de Rouches resoluut op zoek naar de titel. Goethals werd op de laatste speeldag kampioen na een zege tegen Waterschei. Enkele dagen later verloor hij met Standard de finale van de Europacup II. In Camp Nou verloren de Rouches nipt van Barcelona. Standard zette zijn uitstekende prestaties verder en veroverde ook in 1983 de titel. Maar tijdens het seizoen 1983-’84 stootte onderzoeksrechter Guy Bellemans op een omkoopschandaal. Tijdens een onderzoek naar zwart geld in het Belgisch voetbal ontdekte hij dat de spelers van Standard in 1982 hun wedstrijdpremies aan de spelers van Waterschei hadden afgestaan. Goethals werd door Bellemans ondervraagd, ontkende lange tijd alles, maar gaf dan toch toe dat de spelers van Waterschei waren omgekocht. Het omkoopschandaal leverde bijna alle spelers een schorsing op. Goethals’ assistent Léon Semmeling werd aangeduid als hoofdtrainer, terwijl Goethals zelf naar het buitenland vluchtte. Om zijn schorsing te ontkomen, trok Goethals in 1984 naar Portugal. Hij werd er coach van Vitoria SC en loodste de club naar een negende plaats. Nadien keerde hij terug naar België. Hij kreeg bij promovendus Racing Jet de Bruxelles een functie als technisch directeur.

Tijdens het seizoen 1987-’88 raakte Racing Jet niet weg uit de degradatiezone. Ondertussen deed ook Goethals’ ex-club Anderlecht het niet goed. In februari 1988 zette Anderlecht trainer Georges Leekens buiten. Goethals werd teruggehaald, officieel als technisch directeur en met Martin Lippens als trainer. Met Anderlecht won hij dat seizoen de Beker van België, hetgeen hij een jaar later nog eens overdeed. Nadien haalde het bestuur succescoach Aad de Mos naar het Astridpark. 

In Bordeaux waren ze zijn prestatie van in 1980 nog niet vergeten. De club haalde Goethals samen met Lippens terug naar Frankrijk. Het team werd dat seizoen vice-kampioen in Division 1, net achter Olympique Marseille. 

In januari 1991 zette de voorzitter van l’OM, de ambitieuze Bernard Tapie, trainer Franz Beckenbauer buiten. Goethals werd binnengehaald als zijn opvolger. Hij veroverde met Marseille de landstitel en bereikte de finale van de Europacup I. In de finale verloor Marseille na strafschoppen van Rode Ster Belgrado. Nadien kreeg Goethals de functie van technisch directeur en nam de Joegoslavische succescoach Tomislav Ivic de leiding over. Maar Ivić werd al in oktober 1991 aan de deur gezet. Goethals werd opnieuw hoofdcoach en werd voor de tweede keer op rij kampioen. Vervolgens werd zijn assistent Jean Fernandez benoemd tot trainer. Maar reeds in november 1992 keerde Goethals terug op de bank. Hij bereikte met Marseille de finale van de allereerste Champions League. In de finale won Marseille met 1-0 van AC Milan. Marseille werd dat jaar ook opnieuw kampioen. Op uitzondering van de eigenzinnige aanvaller Eric Cantona was Goethals bij zowat de hele club geliefd. Toen Cantona hem er ooit op attent maakte dat je hem gezien zijn kwaliteiten niet op de bank kon zetten, stelde Goethals voor om hem er naast te zetten. Hij kreeg in Marseille de bijnaam “Raymond la science”, wat zoveel betekent als “Raymond de wetenschapper”. Toch dook er achteraf weer een omkoopschandaal op. Na de gewonnen Champions Leaguefinale nam Goethals afscheid van Marseille, maar niet veel later raakte bekend dat Tapie de spelers van Valenciennes FC had omgekocht. 

In 1995 werd Anderlecht voor de derde keer op rij kampioen. Toch hield trainer Johan Boskamp het voor bekeken. Hij nam afscheid van de club en het bestuur nam de Duitser Herbert Neumann aan. Maar de nieuwe coach maakte geen goede indruk. Hij weigerde Ferencvàrosi, de Hongaarse tegenstander van paars-wit in de voorronde van de Champions League, te scouten en verloor vervolgens met 0-1. Het bestuur ontsloeg Neumann. In de hoop de terugwedstrijd nog te winnen, nam voorzitter Vanden Stock in allerijl Goethals aan als coach. Hij moest de spelersgroep begeleiden in afwachting van een nieuwe coach. De net geen 74-jarige Goethals leidde samen met Jean Dockx de trainingen, maar ook het duo raakte niet voorbij Ferencvárosi. Nadien haalde de club Boskamp terug. 

Goethals was bij het grote publiek bekend en geliefd omwille van zijn sappig Brussels accent en verrassend grappige uitspraken en anekdotes. Bekend is ook dat hij tijdens wedstrijdbesprekingen vaak namen van tegenstanders verkeerd uitsprak. Bekende voorbeelden zijn “Van Batsen” en “Gullik”. De voetbaltrainer was ook om zijn kettingroken bekend en werd regelmatig afgebeeld met een filtersigaret aan zijn lippen. Goethals zelf zei ooit in een interview met Carl Huybrechts dat hij echter nooit inhaleert en vooral rookt van de zenuwen. Goethals was een zenuwachtige coach, die tijdens wedstrijden vaak opsprong en tierde. Alcoholische dranken nuttigde Goethals echter nooit. Kenmerkend was ook zijn verstrooidheid: hij verloor geregeld de weg, vergiste zich eens van appartement en belandde ooit tijdens een wedstrijd op de spelersbank van de tegenstander. In 2005 werd Goethals genomineerd in de Vlaamse versie van De Grootste Belg. Hij eindigde op plaats 38. In de Waalse versie eindigde hij op nummer 24. 

Raymond Goethals was op het einde van zijn leven ernstig ziek. Volgens zijn naaste vrienden was hij sterk vermagerd. Op 6 december 2004 overleed hij. Goethals werd 83 jaar. Verscheidene media meldden dat hij overleed aan kanker, maar zijn zoon Guy Goethals ontkende dit. De dokters hebben nooit officieel kanker vastgesteld. 

Bron: Mr. Brown, Peter Joseph

Foto’s: Hu(moer)s Bruxelles, Panini Football 78, Alchetron

Video: YouTube

Raymond Goethals als doelman van Daring Brussel

Reportage van L’équipe Enquète: “Raymond Goethals, à jamais le premier”