Gérard Desanghere, geboren in Diksmuide op 16 november 1947, begon in 1958 bij de jeugd van RSC Anderlecht waar hij uitgroeide tot een grote sterke centrale verdediger. In 1969 maakte hij de overstap naar het A-elftal waar hij in concurrentie ging met enkele boegbeelden van Anderlecht; zoals Pierre Hanon, Jean Cornelis, Georges Heylens en Jean Plaskie. Ondanks die grote uitdaging stond de toen 22-jarige verdediger negen keer in de basis. In de Jaarbeursstedenbeker, de voorloper van de UEFA-cup, mocht hij zelfs zes maal aantreden. Het leverde hem meteen zijn eerste Europese doelpunt op in de met 2-0 gewonnen match tegen Newcastle United. Een seizoen later kreeg Desanghere meer speelkansen maar ook ditmaal was er nog geen sprake van een basisplaats. De West-Vlaming verliet na 13 jaar Anderlecht en kreeg een transfer naar de buren van Racing White, het latere RWD Molenbeek. Ondanks enkele nieuwe spelers bleef ook nu Desanghere een belangrijke pion centraal in de verdediging. In 1975 pakte hij zijn eerste trofee, want RWDM speelde kampioen in de hoogste afdeling. Hij bleef er nog enkele jaren maar speelde elk seizoen steeds minder wedstrijden. Daarom besloot hij in 1979 RWDM te verlaten en zijn carrière als voetballer af te bouwen bij Tweedeklasser Eendracht Aalst. Daar werd hij opnieuw een vaste pion in de centrale as van de verdediging. In 1983 veranderde de toen 36-jarige voetballer voor een laatste keer van club. In Vierde Klasse ging hij spelen voor het Oost-Vlaamse Verbroedering Denderhoutem. Na zijn actieve loopbaan werd hij nog trainer van onder meer de Vlaams-Brabantse clubs SK Opwijk en Daring Bodegem.

In 1973 kwam Desanghere één keer uit voor de nationale ploeg.

Gérard Desanghere verloor de strijd tegen een slepende ziekte in het UZ te Jette op 17 april 2018. Hij werd pas 70 jaar. 

Bron: Zottenteen1, HLN

Foto: HDF