COECK, Ludo

//COECK, Ludo
COECK, Ludo2018-10-08T18:21:55+00:00

Ludo Coeck werd geboren in het Antwerpse Berchem op 25 september 1955 en leerde daar ook voetballen. Op 9-jarige leeftijd sloot Coeck zich aan bij het plaatselijke Berchem Sport. Als kind keek hij op naar de Italiaanse voetballer Gianni Rivera. De grote, slanke voetballer maakte snel progressie en werd begin jaren 70 voor het eerst opgenomen in de A-kern van Berchem. Hij was toen ook al Belgisch jeugdinternational. In 1971-’72 maakte de toen 16-jarige knaap zijn debuut bij Tweedeklasser Berchem Sport. Toenmalig trainer Rik Coppens liet hem debuteren. Coeck maakte in een handvol wedstrijden meteen een uitstekende indruk, waarna verscheidene Belgische topclubs interesse toonden. Zijn vader hoopte, net als de supporters van Berchem Sport, dat zijn zoon omwille van zijn nog jonge leeftijd een tijdje in Berchem zou blijven. Maar het aanbod van Constant Vanden Stock was zo aanlokkelijk dat de club Coeck al in de zomer van 1972 naar RSC Anderlecht liet vertrekken. Anderlecht betaalde toen meer dan 5 miljoen BEF (zo’n €120.000) voor hem. Als 17-jarige kwam hij in Anderlecht terecht in een team bestaande uit onder meer François Van der Elst, Rob Rensenbrink, Paul Van Himst, Hugo Broos en Gilbert Van Binst. Trainer Georg Kessler liet hem in november 1972 debuteren in de topper tegen Standard Luik. Een maand later scoorde hij tegen Sint-Truiden VV zijn eerste doelpunt voor paars-wit. In zijn tweede seizoen brak Coeck onder trainer Urbain Braems volledig door. Hij werd een vaste waarde en had een belangrijk aandeel in het behalen van de landstitel. Coeck was een intelligente voetballer, die goed het spel las en over een uitstekende traptechniek beschikte. Met zijn loodzware linker zorgde hij regelmatig voor doelgevaar, wat hem de bijnaam “Ludo Boem” opleverde. Midden jaren 70 heerste hij centraal op het middenveld bij Anderlecht. Met Arie Haan aan zijn zijde ontpopte Coeck zich tot één van de sterkhouders bij Anderlecht. Hij werd de spelverdeler van het team en bereikte met Anderlecht in 1976 de finale van Europacup II. In die finale raakte hij na een half uur geblesseerd. Anderlecht won uiteindelijk met 4-2 van West Ham United. Vanaf dan werd Ludo steeds vaker het slachtoffer van blessures. Zijn zwakke enkel was vaak de boosdoener. Coeck miste regelmatig wedstrijden, ging vaak onder het mes, maar bleef ondanks zijn blessures een titularis. Onder trainer Raymond Goethals, die hij nog kende van bij de nationale ploeg, hoefde hij niet voor zijn plaats te vrezen. In 1978 won hij in Parijs voor de tweede keer met Anderlecht de Europacup II.

In 1979 liep Ludo Coeck een zware knieblessure op. Critici noemden het zelfs het einde van zijn carrière. Hij werd afgeschreven, maar revalideerde en kwam na een afwezigheid van 9 maanden terug in het eerste elftal van Anderlecht. In september 1981 werd Coeck tijdens een Europese wedstrijd tegen Widzew Lodz zwaar getackeld. Hij werd van het veld gedragen en bleef opnieuw maanden aan de kant. Weer vreesde men ervoor dat hij nooit nog zijn oude niveau zou halen. Bovendien liep zijn contract bij Anderlecht af en leek de club hem met Lierse SK te willen ruilen voor topschutter Erwin Vandenbergh. Verder was er ook interesse van FC Köln en AA Gent, maar Coeck herstelde, speelde het WK en verlengde zijn contract voor twee seizoenen. Enkele maanden later greep hij net naast de Gouden Schoen. Trainer Tomislav Ivic schoof hem begin jaren 80 een rij achteruit. Coeck werd een libero, maar daar vond hij het zelf nog te vroeg voor. Hij kon zich op zijn nieuwe positie niet meer manifesteren in aanvallend opzicht. Na het ontslag van Ivic werd zijn ex-ploegmaat Paul Van Himst hoofdcoach. Van Himst bracht hem op het middenveld opnieuw naar voren. Coeck werd de nummer 10 van Anderlecht en stootte in 1983 met paars-wit door naar de finale van de UEFA Cup. Met zijn boezemvriend Juan Lozano aan zijn zijde speelde hij uitstekend. Anderlecht versloeg in de finale Benfica en veroverde zo voor het eerst de UEFA Cup. In de loop der jaren hadden heel wat Europese topclubs geïnformeerd naar Coeck, maar een transfer kwam er nooit. Ofwel wilde Anderlecht hem niet laten gaan, ofwel gooide een blessure roet in het eten. In 1983, enkele weken na de finale van de UEFA Cup, was het dan toch zover. Coeck verhuisde naar Italië en tekende er een contract bij Inter Milaan. Die club betaalde meer dan 45 miljoen BEF (zo’n €1,125 miljoen) aan Anderlecht. In Italië trok de Antwerpenaar vaak op met Eric Gerets, die toen bij AC Milan speelde. In november raakte Coeck tijdens een interland tegen Zwitserland alweer zwaar geblesseerd. Zijn seizoen bij Inter zat er meteen op. Een jaar later leende Inter hem uit aan Ascoli, maar een revaliderende Coeck kwam er niet aan de bak.

Tussen 1974 en 1984 speelde hij 46 interlands met de Rode Duivels en scoorde daarin 4 keer. 

Coeck keerde in 1985 terug naar België om er te revalideren. In oktober van dat jaar, op een zeer regenachtige avond, verloor de toen 30-jarige Coeck de controle over het stuur in een bocht op de autosnelweg E19 Antwerpen-Brussel, in de buurt van Rumst. Twee dagen later, op 9 oktober 1985, bezweek hij aan zijn verwondingen te Edegem.

Het stadion van Berchem Sport, Het Rooi, werd na zijn dood officieel Het Ludo Coeckstadion.

Bron: Zotteteen 1

Foto’s: Panini Argentina 78, Humo, Find a grave

Video: Luc Van Daele

Het graf van Ludo Coeck, op het Schoonselhof te Berchem, met opschrift: “Als voetballer was hij groot, als mens is hij niet te evenaren”.